








Projecten op Nederland · klik een markering om naar het project te gaan









Projecten op Nederland · klik een markering om naar het project te gaan

Nederland staat wereldwijd bekend om zijn omgang met water, maar voor wie hier woont blijft die kennis grotendeels onzichtbaar. Watersystemen die direct met het dagelijks leven verbonden zijn verdwijnen achter dijken, hekken en fabriekspoorten. Tegelijk staan ze onder toenemende druk door klimaatverandering, droogte en intensief industrieel gebruik.
In de IJsselvallei komen natuurlijke watersystemen, papierindustrie, drinkwater en landschap samen. Hier ligt een urgente ontwerpopgave: hoe kan water worden ingezet als circulair systeem dat ecologische, industriële en maatschappelijke waarden verbindt?
Het project richt zich op één plek waar al die systemen samenkomen — Industriewater Eerbeek, een waterrotonde die de papierfabrieken van schoon water voorziet en jaarlijks grote hoeveelheden onttrekt aan de Veluwe. De opgave is een herontwerp tot een volledig circulair systeem: industriële zuivering met volledige teruglevering, een landschappelijke buffer met moeras- en sedimentatiezones, en een publiek toegankelijk kenniscentrum waarin de werking en betekenis van water zichtbaar wordt.




Een serie kleine, off-grid buitenverblijven verspreid in de IJsselvallei. Plekken om je terug te trekken in het landschap dat het uitgangspunt is van het lopende onderzoek van de studio. Vertragen in de Vallei is een ontwerp dat in de werkplaats van NOA Concepts ook gebouwd wordt — ontwerp en uitvoering in één doorlopende beweging.
Het verblijf is opgetild op stalen poten, los van het maaiveld, met een omhulling van verticaal gerookt hout. Binnen ligt een houten interieur in werkplaatskwaliteit: bed, een compacte natte cel, opslag, en een groot raam dat het landschap binnenhaalt.
Het verblijf werkt zelfstandig: zes zonnepanelen (Aiko 475 Wp, 2.400 kWh/jaar), een 24V-accusysteem met 230V-omvormer, regenwater dat wordt opgevangen en gefilterd tot drinkwater, een composttoilet en een geïntegreerde IBA voor afvalwater. De technische oplossing is geen toevoeging aan het ontwerp; ze is medeauteur.





Een uitbreiding voor zorg en dagbesteding op een bestaand boerenerf in een open weidelandschap. Het ontwerp vertrekt vanuit het archetype van de boerenschuur — niet als historiserend beeld, maar als ruimtelijk uitgangspunt voor eenvoud, maat en rust.
De plek ligt midden in het open landschap, tussen gras, sloten en grazende koeien. De horizon is breed, de bebouwing functioneel. Verspreide schuren vormen een ensemble in het veld. Juist deze openheid vraagt om een architectuur die zich voegt naar de schaal en logica van die plek.
Het ontwerp organiseert zich rond een bewuste tegenstelling: een robuuste buitenschil die zich gedraagt als de bestaande schuren, en een warme, huiselijke binnenwereld waarin dagbesteding en verblijfsruimten op vanzelfsprekende wijze samenkomen.





Een vrijstaande woning omringd door een ruime tuin met opgegroeid groen. De bestaande situatie was technisch gedateerd: een latere bijkeukenuitbouw met lekkende dakramen, een interieur dat door dichte beplanting weinig daglicht ving. De opgave: het terrein herstructureren, de uitbouw vervangen, en een nieuwe ruimtelijke laag toevoegen die de relatie tussen woning en tuin herstelt.
Het ontwerp sloopt de bestaande bijkeuken en plaatst een lichte, transparante uitbreiding op de begane grond. Een doorlopende horizontale daklijn benadrukt de langgerekte vorm; verticale houten lamellen bieden privacy en zonwering en geven de gevel een ritme dat zich voegt naar de ondergaande zon.
De gevel- en dakopbouw combineert harde isolatie met biobased isolatie, gescheiden door regelwerk dat een stabiele drager vormt voor de afwerking. Bitumen, drainage en grindstroken zorgen voor gecontroleerde waterafvoer; mastiekschot en stalen randafwerking sluiten de daklijn af.
Hieronder de plattegronden van begane grond — bestaand en nieuw — over elkaar. Het bestaande deel is een klein volume rechtsonder; de uitbreiding wikkelt zich daar als L-vorm omheen.





Mr. Fillet is een groeiende keten van poeliers die direct aan de consument levert. De opgave was niet het ontwerpen van één winkel, maar het ontwikkelen van een ruimtelijke formule die schaalbaar is en zonder kwaliteitsverlies kan worden toegepast op meerdere locaties. Op basis van het prototype zijn inmiddels rond de tien vestigingen in Nederland gerealiseerd.
Het project begint waar het ontwerp van één winkel niet meer volstaat. Niet de individuele vestiging, maar de logica die alle vestigingen verbindt, is het ontwerpobject geworden — een ruimtelijke formule die herhaalbaar is en overdraagbaar aan andere ontwerpteams zodra de keten verder groeit.
De ruimtelijke logica is opgebouwd rond één continue huid: wit gebogen tegelwerk dat de winkel als één gebaar omsluit. Het tegelwerk is geen decoratief element. Het organiseert de routing, definieert de zones waar productie zichtbaar is, en geeft elke vestiging dezelfde directe herkenbaarheid bij binnenkomst.
Daaronder draait een opbouw van repeteerbare onderdelen: koelvitrines, tegelbanken, plattegrondopzet, de positie van de balie ten opzichte van de werkruimte. De variabele factor is de locatie — pand, omvang, oriëntatie. Het systeem buigt zich daar omheen zonder zijn identiteit te verliezen.

De eerste twee winkels zijn door de studio ontworpen en gerealiseerd als prototype. Op basis daarvan zijn rond de tien vestigingen in Nederland geopend — telkens herkenbaar, telkens passend bij de specifieke locatie. Het ontwerp werkt nu als instrument, niet als blauwdruk: een set principes die andere teams kunnen toepassen zonder dat de ruimtelijke kwaliteit afneemt.



Het project is voor de studio een onderzoek naar wat architectuur kan zijn op de schaal van een organisatie, niet alleen op die van een gebouw.



De Poelier is een overkoepelend concept waarin drie programma's samenkomen: een shop, een foodbar en een rotisserie. De opgave was om deze functies niet te scheiden, maar binnen één samenhangende ruimtelijke structuur te organiseren. Het project bestaat uit twee gerealiseerde delen — de eerste shop in Epe en een grootschalige transformatie van een voormalig Rabobank-gebouw tot foodbar — die dezelfde onderliggende ruimtelijke logica delen.
Het ontwerp benadert het meervoudige foodconcept niet als drie afzonderlijke programma's die elk een eigen ruimte verdienen, maar als één ruimtelijk systeem waarin de overgangen tussen gebruik onderdeel van de architectuur zijn. Wat normaal in plattegrond wordt gescheiden — kassa, eetplek, productie, verkoop — krijgt hier een ruimtelijke organisatie die deze functies juist met elkaar verbindt.
Drie elementen dragen die organisatie. Grote stalen kasten functioneren als ruimtelijke filters: ze verdelen de ruimte zonder hem af te sluiten en sturen zicht en routing. Op maat gemaakte banken maken deel uit van de structuur in plaats van als los meubilair te worden toegevoegd — ze definiëren de eetplek en lopen door tot in de wand. De routing zelf wordt gestuurd door de positie van die elementen, niet door een plattegrond met gangen.
De materialisatie is opgebouwd uit drie consistente lagen: tegelwerk als continue, neutrale basis; staal als dragend en organiserend element; en een dichte begroeiing als verzachting en oriëntatiepunt binnen de ruimte. Deze drie materialen keren in beide vestigingen terug, op verschillende schaal, en dragen de herkenbaarheid van het concept zonder dat een vaste decoratieve formule wordt herhaald.

De shop in Epe opende in juni 2023 als eerste vestiging — niet als individueel ontwerp, maar als eerste toepassing van de ruimtelijke logica. Een patroontegelvloer als doorlopend grondvlak, witte wanden als kalme achtergrond, beplanting die de routing in de ruimte stuurt. De shop is het uitgangspunt voor de bredere uitwerking en functioneert tegelijk als zelfstandige plek.




De foodbar is de grootschaligere toepassing van dezelfde logica. Een voormalig Rabobank-gebouw is herontworpen tot restaurant, waarbij de oorspronkelijke kantoorstructuur stap voor stap is omgekeerd: massa's zijn opengebroken, doorgangen verlegd, bestaande stalen draagstructuur is zichtbaar gehouden en als organiserend element ingezet. De stalen kasten, op maat gemaakte banken en plantenstructuur die in de shop op kleinere schaal werken, dragen hier de hele ruimte.




Het project onderzoekt hoe verschillende vormen van gebruik samenkomen in één ruimtelijk systeem zonder dat ze als afzonderlijke programma's hoeven te worden behandeld.

Een transformatie van de begane grond van een woning in Twello. De bestaande indeling — een gefragmenteerde reeks ruimten met een gesloten keuken, smalle gang en bijkeuken aan de tuinzijde — wordt opengelegd. Het nieuwe plan organiseert keuken, eetzaal en woonzaal rond één doorgaande ruimte met directe relatie tot de tuin.
Hieronder de twee plattegronden over elkaar — bestaand met sloop in rood, en het nieuwe ontwerp in zwart-wit. Iedere seconde wisselt het beeld; in dat ritme wordt zichtbaar wat blijft en wat verdwijnt.
Centraal in het ontwerp staan een keukeneiland met geïntegreerde apparatuur, een eetplek aan de tuinzijde, en een ruime zithoek met directe verbinding naar het terras. De achtergevel wordt gedeeltelijk gesloopt; een doorlopende pui vervangt het bestaande metselwerk en haalt het tuinlandschap binnen.

Fochteloërveen is een hoogveen op de grens van Drenthe en Friesland. Een open landschap, weids en ontoegankelijk, dat zich in een trager tempo beweegt dan de ruimte eromheen. Hoogveen groeit ongeveer een halve centimeter per jaar — een schaal die het project als ontwerpparameter gebruikt.
Aan de oostzijde van het gebied, bij Smilde, raken landbouwgrond en veen elkaar. Op die overgang treedt wegzijging op: water dat het veen probeert vast te houden, sijpelt weg richting de akkers. Het veen kan zich op deze plek niet herstellen.
Het ontwerp bestaat uit twee gestapelde gebaren. Een damkering — een cortenstalen wand op de grens — die de wegzijging tegenhoudt en het hoogveen ruimte geeft om zichzelf te herstellen. Op de bovenrand loopt een pad: bezoekers staan letterlijk op de ingreep die het landschap herstelt. Daarnaast loopt een vijftig meter lange pier het veen in: een licht aflopende cortenstalen lijn die over een eeuw door het groeiende veen wordt overwoekerd; alleen het hoogste punt blijft uitsteken. ITA-0: Latijn voor 'weg naar nul' — een route die zich aan het landschap overgeeft.


Het ontwerp werkt op twee tijden. 2020 is het moment waarop de kering is geplaatst en de wegzijging stopt — de impressie toont de cortenstalen damkering met een wandelaar op de bovenrand.

Anderhalve eeuw later, in 2150, is het veen vijftig centimeter doorgegroeid en ligt de pier op zijn lage punt onder maaiveld. De plankaart legt die overgang vast.

Het project is geworteld in eigen veldwerk en analyse op meerdere schalen. Het locatieblad brengt ondergrond, vegetatie en programma in samenhang.

Het sfeerblad verbeeldt het idee van een dwalend pad door het veen — de ervaring die het ontwerp uiteindelijk wil bieden.



Een bewuste keuze om niet volledig uit te bouwen. Het daglicht valt in deze woning al ver en mooi naar binnen — een kwaliteit die de basis vormt voor het ontwerp. In plaats van het volume te vergroten, opent het ontwerp zich naar de tuin: het landschap wordt naar binnen getrokken, en het groen wordt onderdeel van het wonen.
Een houten uitbreiding aan de tuinzijde sluit aan op de bestaande baksteenmassa. Verticale lattenstructuur in licht hout tegen het rauwere bestaande metselwerk; geen contrasterende geste, maar een verlengstuk dat de gevel afmaakt. De tuinkant krijgt een doorlopende pui en een terras met directe relatie tot de woonkeuken.

Hieronder de plattegronden van begane grond en eerste verdieping. Iedere seconde wisselt het beeld; zo wordt zichtbaar hoe de twee verdiepingen zich tot elkaar verhouden.
Het ontwerp is voorbereid op de toekomst. De woning is volledig klaargemaakt voor een latere optopping — een mogelijke tweede verdieping bovenop het bestaande volume. Schachten, leidingwerk en constructieve voorzieningen zijn al ingetekend en aangebracht, zodat een toekomstige uitbreiding zonder ingrijpende verbouwing kan worden gerealiseerd.


Binnen organiseren een lange werkbank, een doorlopend kastenmeubel in licht hout, en een hexagonale tegelvloer een tussengebied tussen entree en tuin. De ingreep maakt geen nieuwe ruimte; ze maakt de bestaande ruimte beter bruikbaar.


Een project begint niet met een vorm, maar met een plek.
Een project begint zelden achter de tekentafel. Het begint op locatie — in het landschap, in het bestaande gebouw, in de manier waarop licht door een ruimte beweegt of hoe een terrein zich door het seizoen heen verandert.
Architectuur ontstaat niet los van die context, maar eruit. Daarom wordt de bestaande situatie niet benaderd als iets dat overwonnen moet worden, maar als een structuur die gelezen moet worden. Een lijn in het maaiveld, een waterloop, een oude draagconstructie of de richting van de avondzon kunnen bepalend worden voor het ontwerp.
Binnen en buiten worden niet als afzonderlijke werelden behandeld. Een gebouw hoort niet alleen op een plek te staan, maar er onderdeel van te worden.
Ontwerpen gebeurt vervolgens tussen locatie en werkplaats. Ideeën blijven niet beperkt tot tekeningen of renders; ze worden getest in modellen, materialen en verbindingen op ware grootte. Soms corrigeert het maken een idee dat op papier overtuigend leek. Juist daarin ontstaat het ontwerp.
Wat een gebouw uiteindelijk wordt, ligt zelden vast in één groot gebaar. Het ontstaat in de opeenstapeling van kleine beslissingen — over verhouding, licht, materiaal, schaal en hoe een ruimte dagelijks gebruikt wordt.
NOA Concepts is de ontwerpstudio en werkplaats van Lauren Voorthuijsen.
De studio werkt aan ruimtelijke opgaven op verschillende schalen — van landschappelijk onderzoek en buitenverblijven tot transformaties van bestaande gebouwen. Wat de projecten verbindt is niet een vaste vormentaal, maar een manier van kijken: architectuur ontstaat vanuit plek, materiaal en gebruik.
Veel projecten beginnen in bestaande situaties. Een erf, een woning, een landschap of een gebouw dat al een geschiedenis draagt. De opgave is daarbij niet om een beeld op te leggen, maar om een nieuwe laag toe te voegen die voortbouwt op wat er al aanwezig is.
Binnen de studio lopen onderzoek, ontwerp en uitvoering door elkaar heen. Het werk ontwikkelt zich tussen tekentafel en werkplaats, tussen analyse en materiaal, tussen regionale schaal en architectonisch detail.
De studio is gevestigd aan de Spoorstraat in IJsselmuiden — een rauwe industriële omgeving waarin kantoor en werkplaats direct met elkaar verbonden zijn.
Lauren rondt momenteel de Master Architectuur af aan de Academie van Bouwkunst Arnhem (2025–2026). Het afstudeerproject Van watersysteem tot publieke ruimte herontwerpt de waterrotonde van Industriewater Eerbeek tot een circulair watersysteem dat industrie, landschap en publieke beleving samenbrengt — en is direct verbonden met het werk dat de studio uitvoert.

De werkplaats is geen aanvulling op de studio. Ze maakt deel uit van het ontwerp.
In de praktijk worden ontwerpen en maken vaak van elkaar gescheiden. Een gebouw wordt bedacht achter een scherm, uitgewerkt in tekeningen en pas later geconfronteerd met materiaal, gewicht, toleranties en uitvoering. Bij NOA Concepts gebeurt dat eerder — en dichter op elkaar.
Een verbinding wordt eerst gemaakt voordat ze definitief wordt getekend. Een model wordt gebouwd om verhoudingen te begrijpen die in een render onzichtbaar blijven. Materiaal wordt niet alleen gekozen op uitstraling, maar op gedrag: hoe het veroudert, hoe het licht vangt, hoe het zich op schaal gedraagt.
De werkplaats functioneert daardoor niet als uitvoerende ruimte, maar als denkinstrument. Ze maakt het mogelijk om architectuur fysiek te toetsen terwijl het ontwerp nog in beweging is.
Dat proces vertraagt het werk soms. Maar precies in die vertraging ontstaat nauwkeurigheid.
Ontwerpen door te maken betekent niet dat alles zelf gebouwd moet worden. Het betekent dat een gebouw al vroeg begrepen wordt als iets fysieks — niet alleen als beeld, maar als constructie, detail, materiaal en ruimte.






In ontwikkeling. Een serie gesprekken over bouw, opdrachtgeverschap en ontwerp — met ontwikkelaars, mentoren, particuliere bouwers en vakgenoten die het werk van dichtbij kennen.
De bouwsector wordt vaak op afstand besproken — in vakbladen, op congressen, in technische rapporten. Deze podcast zet daar gesprekken naast: open, persoonlijk, en met de mensen die er dagelijks middenin staan.
De serie zoekt naar het verhaal achter de keuze. Waarom dit programma? Waarom dit materiaal? Wat ging er mis voordat het werkte? Een aflevering duurt zo lang als het gesprek vraagt — geen vast format, geen reclameblok.
Ontwikkelaars die de opgave formuleren, mentoren die het denken vormen, particuliere opdrachtgevers die voor het eerst een huis laten bouwen, en vakgenoten uit ontwerp en uitvoering. Geen vaste rolverdeling — wie iets te zeggen heeft mag aanschuiven.
De podcast is in ontwikkeling. De eerste afleveringen worden in 2026 opgenomen. Volg de site of social voor het verschijnen.
Vanaf de eerste aflevering verschijnt de podcast op Spotify, Apple Podcasts en als RSS-feed.
Spotify · volgt
Apple Podcasts · volgt
RSS · volgt
Ken je iemand die in deze serie zou moeten aanschuiven, of heb je een onderwerp dat het waard is besproken te worden? Mail naar lauren@noaconcepts.nl.
Voor projectaanvragen, samenwerkingen of een werkbezoek aan de studio.
NOA Concepts
Spoorstraat 39M
8271 RG IJsselmuiden
Nederland